Stacks Image 33
Een portret heeft iets fascinerends, het is een ontmoeting met een ander mens die er feitelijk niet is. Die ontmoeting, de herkenning, vindt dus plaats in je geest! De illusie ‘spreekt’ alleen jouw herinnering aan.
Portretten worden vaak gemaakt ter herinnering. In een goed portret is méér herkenbaar dan alleen de gelijkenis. Een goed portret is ook interessant voor iemand die de geportretteerde niet kent. Mensen kijken vindt iedereen leuk. De kunstenaar zoekt naar de karakteristieke vorm in houding, gelaatsexpressie, lichtval en compositie, die in onderlinge samenhang méér zeggen over de persoonlijkheid van de geportretteerde dan de gelijkenis alleen. Het maken van portretten is populair over de gehele wereld en het kent een lange geschiedenis. Veel portretten, ons overgeleverd uit vroeger tijden, zijn afbeeldingen van koningen en machthebbers. Hierbij speelde de verheerlijking van de persoon vaak een rol en die staan een echte ‘kennismaking’ met de persoon meestal in de weg.
  • Richard-avedon-in-the-american-west,B.J Van Fleet, nine-year-old, Montana,
Stacks Image 36
De oudst bekende echte portretten van gewone mensen zijn de zogenaamde Fayum-portretten, vervaardigd tussen 100 en 300 n.Chr. in Egypte. Grote delen van Noord Afrika waren in die tijd provincies van Rome. Romeinse burgers gingen in Egypte wonen en zij vermengden de Romeinse en de Egyptische cultuur. De portretten, geschilderd op hout met vloeibare warme bijenwas vermengd met pigmenten (encaustiek) werden bij leven gemaakt. Na het overlijden van de geportretteerde werd het schilderwerkje op de mummie bevestigd op de plaats van het hoofd en zo bijgezet in een grafkelder.
Dergelijke portretten hadden een duidelijk doel; het was om de ronddolende geest te helpen om het juiste lichaam terug te vinden. Bij het plaatsje Fayum (maar ook op andere plekken) werden ongeveer 1000 van deze portretten gevonden. Het zijn de eerste realistisch ogende portretten van gewone
burgers, waarbij je even contact maakt met mensen uit het Romeinse rijk. Fascinerend!
  • Vermeer, Girl-with-the-red-hat, 1665
Stacks Image 66
De Romeinse schrijver, encyclopedist en veldheer Plinius de Oudere noteerde in 70 n.Chr. over de ‘uitvinding’ van het portret de volgende geschiedenis:
Dibutades was de dochter van de Griekse pottenbakker Butades. Zij was zeer verdrietig over het op handen zijnde vertrek van haar minnaar, een soldaat die op veldtocht moest. Zou ze hem ooit nog terug zien? Hun afscheid was, zoals wel vaker bij geliefden, in het donker, uit het zicht van de anderen. Om
de kou te verdrijven en om elkaar goed te kunnen zien maakte ze een vuur. Toen Dibutades zag dat het portret in silhouet een herkenbare gelijkenis had met het gelaat van de jongen door het effect van het licht en de schaduw, veroorzaakt door het vuur, had ze een ingeving. Ze trok de schaduw van zijn profiel met houtskool over op de muur, zodat zij die getekende illusie, als een herinnering aan hem, kon bewaren. Plinius verklaarde in deze oudst bekende bron aldus de mogelijke oorsprong van de portretkunst. Maar met een beetje fantasie zou je hierin ook een soort start van de portretfotografie avant la lettre kunnen herkennen. Alle ingrediënten zijn aanwezig: licht en schaduw, het mechanisch vastleggen van de schaduwvorm, het silhouet en de herkenbaarheid van een persoon ter herinnering.
  • The invention of painting, Eduard Daege, 1832
Stacks Image 435
In de renaissance kwam het portret tot grote ontwikkeling, niet in de laatste plaats omdat er intellectuele aandacht ging ontstaan voor het individu. Belangrijk was de invloed die de van oorsprong Duitse schilder Hans Holbein (1497-1543) uitoefende op de portretkunst. Hij schilderde vele zeer realistische portretten waarmee hij steeds iets essentieels van de geportretteerde wist te treffen. Velen na hem hebben zijn voorbeeld gevolgd.
  • Hans Holbein Porträt des Sir Richard Southwell
Stacks Image 448
Een andere grote invloed op de portretkunst was het werk van de Haarlemse portretschilder Frans Hals (1582 –1666). Met zijn rake opmerkingsgave, zijn snelle toets en groot psychologisch inzicht, was hij de ‘uitvinder’ van de ‘snap-shot’, ware het niet dat het woord in die tijd nog niet bestond. Vele kunstenaars na hem reisde naar Haarlem om daar zijn portretten te bestuderen, waaronder eveneens zeer beroemd geworden en invloedrijke kunstenaars als de Fransman Claude Monet (1840 –1926), de Duitser Max Liebermann (1847 –1935) en de Amerikaan James Whisler (1834 –1903).
  • Frans Hals lachende jongen
Stacks Image 461
Door het mechanisch-chemische proces konden portretten relatief snel gemaakt worden en ineens was een gelijkend portret binnen handbereik van velen. In diverse grote steden van Europa, maar ook in Amerika, ontstonden na 1850, studio’s voor het maken van portretten. De fotografische realiteit werd als enigszins schokkend ervaren omdat de foto ‘niet kon liegen’. Gewend als men was aan geschilderde geïdealiseerde portretten was de realistische rauwheid van de fotografie niet gewenst en fotografen deden er van alles aan om hun fotografie op schilderijen te laten lijken. Maar na verloop van tijd werd dit nadeel juist een voordeel. Met fotografie kon je blijkbaar ook andere aspecten registreren. De verbazingwekkend snelle ontwikkeling van fotografische technieken maakte nieuwe vormen mogelijk.
Portretfotografie kon ook op locatie. De omgeving waarin de geportretteerde geplaatst werd kon een rol spelen in het karakteriseren van de individuele persoonlijkheid. Aspecten als scherptediepte en beeldonscherpte konden voor een ander soort werkelijkheidsbeleving zorgen. Het hanteren van de camera zorgde ook voor andere vreemdsoortige beelduitsnedes, waardoor compositorisch nieuwe mogelijkheden ontstonden. Daarmee verwierf de fotografie, met veel weerstand van de gevestigde orde, steeds meer een eigen plek tussen de andere traditionele kunstvormen.
  • Irving Penn self portrait